een vreedzame school
"democratie moet je leren"
Democratie, burgerschap, pedagogisch klimaat

Democratie leren en leven

Wij voeden onze kinderen op om te functioneren in de samenleving. Een democratische samenleving, waaraan kinderen later moeten, kunnen en willen deelnemen. Daar zijn schoolse vaardigheden als lezen, taal en rekenen voor nodig. Maar dat is niet genoeg. Sociale en emotionele vaardigheden zijn ook belangrijk om te slagen in de maatschappij. Omgekeerd heeft onze democratische samenleving behoefte aan actieve, betrokken en deelnemende burgers.
Vrijheid van meningsuiting betekent niet dat je alles maar kan roepen, of overal op mag kladderen. Maar hoe je je hebt te gedragen in een democratie, weet niet iedereen. Kinderen moeten van hun ouders en op school leren wat democratisch gedrag inhoudt. En dat is te belangrijk om over te laten aan de vrijheid van onderwijs.

In samenwerking met professor Micha de Winter van de Universiteit Utrecht en gefinancierd door het Ministerie van OCW en het VSBfonds heeft Eduniek op een aantal proefscholen het integrale programma De Vreedzame School - democratie moet je leren ontwikkeld. Het is gebaseerd is op het succesvolle programma De Vreedzame School.

 

Burgerschap

Scholen moeten aandacht te besteden aan actief burgerschap en sociale integratie. De overheid wil dat scholen hun leerlingen voorbereiden op deelname aan de pluriforme samenleving. “Doordat de Nederlandse samenleving steeds meer gericht is op individualisering is de betrokkenheid tussen burgers onderling en tussen burgers en overheid afgenomen. Plichten en rechten die horen bij burgerschap zijn hierdoor op de achtergrond geraakt. Daar komt nog bij dat veel ouders en kinderen door een allochtone herkomst niet gewend zijn aan de burgerschapstradities en -gebruiken van onze samenleving. Door de ontwikkeling tot burgerschap een plaats te geven in het onderwijs kan worden bereikt dat allochtone en autochtone leerlingen een gemeenschappelijk en gedeeld perspectief krijgen op de bijdrage die zij als burgers aan de samenleving kunnen leveren”. 

Burgerschapsvorming kan dus vele doelen dienen en is niet zomaar bedoeld om ‘brave Hendriken’ voort te brengen. Met het programma dat Eduniek ontwikkelde ligt de nadruk op democratisch burgerschap: leerlingen de kennis, houding en vaardigheden laten verwerven die nodig zijn om goed te kunnen functioneren in onze democratische samenleving. 'Goed functioneren’ betekent o.a. een bijdrage leveren aan de gemeenschap, je medeverantwoordelijk voelen, open staan voor verschillen, bereid zijn democratisch gedrag te vertonen, een mening kunnen vormen en kritisch kunnen omgaan met informatie. 

Een goed pedagogisch klimaat 

Natuurlijk is opvoeden tot democratie niet alleen de taak van de school. Voor veel leerlingen heeft de opvoeding thuis, binnen de eigen levensbeschouwelijke gemeenschap, in de peergroep (subcultuur), op straat, of in de vereniging meer invloed op het vormen tot democratische burgerschap dan het onderwijs. Dit betekent een relativering van de verwachtingen en van de effecten van burgerschapsvorming. Scholen kunnen niet verantwoordelijk worden gesteld voor de wijze waarop de toekomstige burger zich zal gaan manifesteren.
Dat laat onverlet dat De Meander het pedagogische klimaat en het onderwijs zo inricht dat er sprake is van een open en respectvolle leeromgeving gebaseerd op democratische waarden. En dan gaat het niet alleen om het overbrengen van kennis over democratie, maar vooral om kinderen te leren zich te gedragen in een democratische gemeenschap. De kern is gelegen in de manier waarop mensen samenleven in een pluriforme context, in het erkennen van wederzijdse belangen van individuen en groepen. Het gaat dan om kennis, meer nog om vaardigheden en uiteindelijk om een houding, de wil om op een democratische manier met elkaar om te gaan.

 

Als we burgerschapsvorming zien als ‘de kennis, vaardigheden en houding om op een democratische manier met elkaar om te gaan’, dan biedt dat de kans om burgerschapsvorming op te vatten als een logische kerntaak van elke school: een middel om kinderen zich sociale en emotionele competenties eigen te maken èn om een goed pedagogisch klimaat te realiseren waarin het prettig werken is voor leerling en leerkracht. Zo is burgerschapsvorming niet wéér een maatschappelijk thema dat ‘op het bordje van het onderwijs wordt gelegd’, maar biedt het kansen om de al bestaande doelen van de school beter te realiseren.

Om te benadrukken hoe belangrijk we dit alles vinden tref je bij de ingang van de school onze belangrijkste schoolregels aan naast de actuele informatie over de Vreedzame school: het thema van de periode en de namen en foto's van de mediatoren.

- Wat ik doe is goed voor de groep en voor iedereen,
- We spreken elkaar respectvol aan,

- Ik doe mijn werk zo goed als ik kan,

- We gebruiken het materiaal waarvoor het bedoeld is.


Leerdoelen

Wat is democratisch burgerschap?

Als we praten over kinderen opvoeden tot democratische burgers, wat bedoelen we dan precies? Wat verstaan we eigenlijk onder democratisch burgerschap? Welke vaardigheden, attitudes, en welke kennis horen daarbij? Het gaat bij democratisch burgerschap niet alleen om het naleven van de wetten of het gaan stemmen als er verkiezingen zijn. Het gaat vooral over hoe men met elkaar omgaat. Houden we rekening met elkaar in plaats van alleen met onszelf? Hoe zorgen we voor een goed evenwicht tussen individuele vrijheid enerzijds en verantwoordelijkheid en sociale betrokkenheid anderzijds? Hoe gaan we om met verschil van mening? Hoe komen we tot een gezamenlijk besluit? Hoe lossen we conflicten op? Voelen we ons verantwoordelijk voor de gemeenschap? In hoeverre zijn we bereid om ons in te leven in de cultuur of de levensstijl van anderen?

Hieronder een beknopt overzicht van waar we naar streven met dit programma. We onderscheiden vijf categorieën:

  1. overleg, menings- en besluitvorming,
  2. omgaan met conflicten,
  3. verantwoordelijkheid voor de gemeenschap,
  4. omgaan met diversiteit,
  5. democratische geletterdheid.

Leerlinggedrag

Op het niveau van de leerlingen zijn de eerste vier alvast in gedragstermen geformuleerd.
In een democratische school verwachten we van elkaar dat we:
 

goed kunnen overleggen met elkaar en samen tot een besluit kunnen komen;
daar hoort bijvoorbeeld bij dat je:
- een eigen mening hebt,
- je mening kan en durft te verwoorden,
- argumenten aandraagt waarom je iets vindt,
- ook goed kan luisteren naar andere argumenten,
- op een goede manier samen een besluit kan nemen,
- rekening houdt met andersdenkenden, met de minderheid.
 

goed met conflicten om kunnen gaan;
daar hoort bijvoorbeeld bij dat je:
- conflicten op kunt lossen zonder geweld en dat je dat ook wilt,
- kunt mediëren,
- anderen helpt bij het oplossen van conflicten,
- je kan en wil verplaatsen in het standpunt van een ander,
- een win-win-oplossing kan en wil bereiken.
 

ons verantwoordelijk voelen voor de gemeenschap;
daar hoort bijvoorbeeld bij dat je:
- je verantwoordelijk voelt voor elkaar,
- en voor de klas,
- en voor de school,
- en voor de buurt,
- meedenkt en meepraat,
- met goede ideeën komt voor ons allemaal,
- behulpzaam bent.
 

goed kunnen omgaan met verschillen;
daar hoort bijvoorbeeld bij dat je:
- je inleeft in een ander, in de cultuur van een ander, in zijn of haar opvattingen,
- respect hebt voor andere godsdiensten, levensopvattingen of – stijlen,
- je aan kunt passen aan andere gewoonten of regels,
- geen vooroordelen hebt over anderen,
- tolerant bent.