leerlingzorg    

"Intrinsieke motivatie, het kind is zelf de maat voor zijn eigen presteren."

Het volgen van de ontwikkeling

Om de ontwikkeling van het kind zo optimaal mogelijk te laten verlopen is het van belang om precies te weten wat het kind beheerst. Op systematische wijze wordt geregistreerd wat een kind doet, welke vorderingen het maakt en welk niveau het bereikt heeft. De vorderingen worden vooral bekeken in het licht van de eigen ontwikkeling van het kind. Ieder kind kan zijn eigen leerontwikkelingen volgen, maar dient aan het eind van de basisschoolperiode wel een bepaald minimumniveau bereikt te hebben voor een goede overstap naar het vervolgonderwijs. Dit stelt eisen aan de leerkracht. De leerkracht dient duidelijk inzicht te hebben in de schoolprestaties, maar dient ook rekening te houden met het karakter van het kind.

Naast het montessorimateriaal en de methoden die wij binnen de school gebruiken, hanteren wij toetsen om te zien of de leerlingen het aangeleerde beheersen. Vaak ervaren zij dit zelf niet direct als een toets. Soms wèl: bijvoorbeeld in de bovenbouw omdat het een proefwerk is.

Door de leerling goed te volgen is de leerkracht in staat juiste leerweg voor het kind samen te stellen. Soms gaat er enige tijd voorbij voordat het kind goed op de aanpak reageert.
 

Leerlingvolgsysteem en -dossiervorming

Weten wat de leerlingen al beheersen en aan kunnen is heel belangrijk, daarom hanteren wij het CITO onderwijs- en leerlingvolgsysteem (CITO-LOVS). Wij volgen de kinderen door middel van observaties en toetsen door de hele basisschool. Alle kinderen op onze school worden minimaal 2 maal per schooljaar getoetst. Deze toetsen zijn methode-onafhankelijk en landelijk genormeerd. De planning van de toetsafname is opgenomen in de toets- en zorgkalender. Deze kunt u vanaf onze website downloaden, zie menu 'voor ouders', submenu 'downloads'. Het leerlingvolgsysteem dient om vast te stellen welke leerstof beheerst wordt. Dit wordt geregistreerd. De ontwikkeling van elk kind wordt d.m.v. een beheersingslijn bijgehouden. In de loop van de schoolloopbaan kun je de ontwikkeling van het kind van een grafiek aflezen.

Alle uitkomsten zeggen iets over de mogelijkheden van het individuele kind. Deze gegevens worden genoteerd en komen in het dossier van de leerling dat ook bij de leerlingbesprekingen gebruikt wordt. Er kan naar aanleiding van het leerlingvolgsysteem (signalerende toetsen) extra onderzoek nodig zijn. Hiervoor gebruiken wij diagnostische toetsen om de problemen precies duidelijk te maken. Oók voor kinderen die meer begaafd zijn of voor kinderen die problemen hebben met plannen e.d. is dit van belang.

Alle resultaten van observaties, methoden- en niet-methoden gebonden toetsen worden bewaard in het digitale administratie- en dossierpakket ParnasSys. Daaruit genereert ParnasSys ook de basis voor het digitale schoolrapport. Alle groeps- en handelingsplannen worden in dit pakket geschreven en bijgehouden. Datzelfde geldt voor gespreksverslagen, externe informatie enz. Tenslotte bevat ParnasSys alle naam- en adresgegevens alsook de absentenregistratie. Via het ouderportaal op internet hebben ouders toegang tot de (meeste) gegevens van de eigen kinderen.

In het kader van de monitoring van jonge inwoners van de gemeente Utrecht zijn wij verplicht een deel van de LOVS gegevens jaarlijks door te geven aan de afdeling onderwijs. De gemeente streeft er n.l. naar om alle kinderen zo goed mogelijk geplaatst te hebben op het (voortgezet) onderwijs, om daarmee voortijdig schoolverlaten te voorkomen en om alle kinderen optimale onderwijskansen te bieden. Alle gegevens worden anoniem gemaakt. Met al deze gegevens  kan het gemeentelijk onderwijsbeleid bepaald worden.
 

Als leren niet vanzelf gaat

Soms zijn het gedrag of de leermogelijkheden van het kind aanleiding om extra maatregelen te nemen. Binnen ons systeem zijn er goede mogelijkheden voor extra aandacht in de groep. In sommige situaties is de vraag echter dusdanig dat individuele hulp, in een aparte ruimte, meer soelaas biedt. Deze hulp noemen wij remedial teaching en wordt geboden door een remedial teacher van de school.

Alle extra hulp en zorg wordt gecoördineerd en begeleid door de interne begeleider. In onze school zijn twee interne begeleiders werkzaam; iemand voor de groepen 1 tot en met 4 en voor de groepen 4 tot en met 8 (bewust is er sprake van enige overlap).

Wanneer de leerkracht een gedrags- en/of leerprobleem signaleert bespreekt hij/zij deze met de interne begeleider. Naar aanleiding van dit gesprek wordt een plan opgesteld.

De opzet van dit plan kan zijn:

· een speciaal handelingsplan voor in de groep (dagelijkse oefeningen) voor een bepaalde periode

· extra oefeningen thuis, in overleg met de ouders

· remedial teaching binnen de school

· trainingen buiten de school (logopedie, sociale vaardigheidstraining etc. buiten schooltijd)

· Hulp van instanties buiten de school (b.v. Zuwe)

· individueel onderzoek binnen de school

· een onderzoek buiten de school (schoolbegeleidingsdienst, UMC, pedagogische instituten)

. hulpvraag stellen aan het Zorgplatform, verzoek om observatie 

· aanmelding bij de PCL (permanente commissie leerlingenzorg) voor hulp vanuit het speciaal basisonderwijs of verwijzing naar het speciaal basis onderwijs.

De school houdt u bij elke stap op de hoogte.

Ons doel is om zoveel mogelijk hulp binnen de school te bieden. De interne begeleiders en de remedial teachers werken dan ook zo nauw mogelijk samen met de leerkrachten en hebben als bijzondere taak op zich genomen om uitgebreidere strategieën op te zetten bij voorkomende hulpvragen die passen binnen het leeraanbod van onze school.

Een aantal keren per jaar stellen leerkrachten elkaar op de hoogte van specifieke hulpvragen van kinderen. Leerling- en groepsbesprekingen. Ook aan het begin en einde van het schooljaar is deze vorm van overdracht zeer belangrijk. Er wordt veel tijd aan besteed.

Interne begeleiders en remedial teachers houden zich op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op hulpgebied door middel van cursussen, conferenties en vakliteratuur.


Passend Onderwijs
In onze school worden meerdere kinderen opgevangen die vallen binnen de financiële budgettering van WSNS (weer samen naar school), en ook "rugzak-kinderen". (LGF=leerlinggebonden financiering). De leerkrachten van deze kinderen worden begeleid vanuit zogenoemde expertisecentra. Het budget wordt per kind anders besteed, aan extra leerkrachtondersteuning en aan materialen. Wij zien het als een verrijking voor de gehele school dat deze leerlingen kunnen meedraaien in ons regulier onderwijs. Voor de toelating gelden overigens wel andere criteria dan voor niet-rugzakleerlingen. Niet elke reguliere basisschool is zo toegerust dat alle vormen van speciale zorg geboden kunnen worden. Op de Meander is er ook sprake van een beperkte capaciteit, zowel in aantal als in diversiteit van het zorgaanbod. Met de uitgestelde invoering van de wet op Passend Onderwijs verplicht het schoolbestuur zich wel om, in het geval van een niet-plaatsbare leerling, een passende plek binnen een van de andere bestuursscholen te zoeken. Dat kan een basisschool zijn, maar ook een school voor speciaal (basis) onderwijs. In 2014 zal deze wet in werking treden.

 

Organisatie van de zorg

Welke hulp kan er geboden worden aan kinderen met leerproblemen, lichamelijke problemen en/of sociaal-emotionele problemen? Leerlingen die extra hulp  behoeven, krijgen deze in hun eigen lokaal van de eigen leerkracht. Bij wijze van uitzondering kan dat in een aparte ruimte voor speciale leerlingzorg. De speciale leerkrachten, voorheen RT-ers, ondersteunen vooral de leerkrachten bijv. bij het analyseren van specifieke leerproblemen en het opstellen van handelingsplannen. De daadwerkelijke extra hulp wordt vooral in de klas door de eigen leerkracht gegeven, door bijvoorbeeld de instructie aan te passen.

Specifieke leerlingzorg kan betrekking hebben op:

· Het preventief inspelen op de situatie. Reeds op het moment dat verwacht wordt dat de leerling ergens een probleem zal krijgen, wordt extra hulp aangeboden. De resultaten van het leerlingvolgsysteem spelen hierbij een belangrijke rol.

· Op het moment dat de leerling herhaaldelijk achterblijft op een bepaald vakgebied, krijgt deze leerling extra instructie + extra oefenstof. Zij zijn handelend bezig met concreet materiaal met een heldere instructie in kleine leerstapjes. Daarbij veel herhalingen en moeten leerlingen heel veel verwoorden. Tot en met groep 5 willen we de kinderen zoveel mogelijk dezelfde basiskennis en - vaardigheden meegeven. We willen leerdoelen niet te snel bijstellen.
Vanaf groep 6 is het mogelijk dat een kind in een eigen leerlijn wordt geplaatst met eigen doelen. Deze worden voortdurend gemonitord. Indien nodig worden de doelen bijgesteld.

 

Verwijzing
Leidt onze extra hulp aan zorgkinderen niet tot een, voor hen optimale persoonlijke ontwikkeling, dan kan daaruit voortvloeien dat overplaatsing naar een school voor Speciaal Basisonderwijs voor het kind geadviseerd wordt.

De PCL (Permanente Commissie Leerlingenzorg) behoort bij het samenwerkingsverband van basisscholen en scholen voor speciaal onderwijs. Dit is een uitvloeisel van het project Weer samen naar School (WsnS). Deze onafhankelijke deskundige commissie geeft uiteindelijk de beschikking om een kind aan te kunnen melden bij een speciale basisschool. Soms geeft ze een ander advies: bv. aangepast onderwijs op eigen school of verplaatsing naar een andere basisschool. De adviezen hangen altijd samen met de hulpvraag van de school en ouders, en de ter informatie meegezonden documentatie en onderzoeksuitslagen. Afspraken en procedures zijn vastgelegd in het zorgplan van het samenwerkingsverband. Bij een verwijzingsprocedure is de intern begeleider coördinator.

De Meander beschikt over een op schoolniveau uitgewerkt zorgplan, waarin alle stappen en procedures zijn beschreven.
 

Meerbegaafden op de Meander

Natuurlijk is het ook mogelijk dat een leerling opvalt doordat hij of zij meer aankan dan een gemiddelde leerling. Ook deze kinderen  hebben extra zorg nodig; dit zal deesl worden benoemd in het groepsplan, maar ook is een specifiek handelingsplan noodzakelijk. U wordt daar als ouder uiteraard van op de hoogte gebracht.

In de eigen groep betekent het dat er meer verdieping c.q. verrijking van de leerstof wordt geboden. Extra uitdagende, complexere materie komt daarbij ook aan de orde. De intern begeleider van de Meander heeft daartoe nascholing gevolgd.

De hulp aan deze kinderen is uitgewerkt in een meerbegaafdenbeleid/plusbeleid. Jaarlijks hanteren we een observatieinstrument om meerbegaafdheid te signaleren.
 

De begeleiding van de overgang naar het voortgezet onderwijs

In het laatste schooljaar kiest u samen met uw kind een school voor voortgezet onderwijs. De school adviseert u daarbij.

Gedurende de laatste jaren van de basisschool proberen we de kinderen al vertrouwd te maken met het voortgezet onderwijs waarin ze terechtkomen. Wekelijks krijgen ze bijvoorbeeld huiswerkopdrachten, die op een afgesproken tijd ingeleverd moeten worden. Daarnaast wordt er ook aandacht besteed aan de manier van leren, het plannen en het maken van huiswerk, het gebruik van de agenda en opzoek- en informatiemiddelen. We geven in het laatste schooljaar bewust veel informatie over het voortgezet onderwijs. Op die manier ontwikkelen de kinderen inzicht in de onderwijsstructuur met de mogelijk- en onmogelijkheden, basisvorming, het studiehuis en vervolgonderwijs.

Over het algemeen blijkt dat onze leerlingen zich goed aan kunnen passen aan de nieuwe onderwijssituatie in het voortgezet onderwijs. Hun leermotivatie en zelfstandigheid worden vaak als kenmerkende eigenschappen genoemd.
 

Voorlichting ten behoeve van de schoolkeuze voortgezet onderwijs

In het laatste jaar wordt met de ouders een schoolkeuze gemaakt, rekening houdend met de capaciteiten en interesses van het kind. In september geeft de leerkracht een voorlopig schooladvies. In september wordt jaarlijks ook een voorlichtingsavond gegeven op onze school over de overstap naar het VO. De POVO-procedure wordt deze ook wel genoemd. Informatie hierover kunt u vinden op de website van Sterk VO (www.sterkvo.nl)

De kinderen en ouders oriënteren zich middels geleverde informatiebrochures, de open dagen en het internet (www.kijkoponderwijs.nl).

De leerlingen van groep 7 maken de Entreetoets. Met de resultaten hiervan kunnen we bepalen op welke gebieden nog wat extra aandacht nodig is in het laatste jaar.  
De aanmelding voor een middelbare school vindt plaats in maart als de leerlingen in groep 8 zitten. Dit gebeurt via school d.m.v. een 'Rapportage en adviesformulier' (RAAD). Eind april zijn vrijwel alle leerlingen aangemeld en ingeschreven nav het basisschooladvies, dat vanaf 2015 weer centraal staat. Na de aanmeldingen op het VO zal de Eindtoets groep 8 worden afgenomen. Vanaf 2015 zal de (CITO) eindtoets groep 8 in de maand apri/mei worden afgenomen.