ontwikkeling en resultaten

"Continu leren en ontwikkelen, werken en ontdekken, samenhang."

 

De ontwikkeling van het onderwijs

Hoewel het schoolconcept als rode draad vaststaat onderneemt het schoolteam tal van activiteiten ter verbetering van het onderwijs. Jaarlijks worden er aandachtpunten vastgesteld welke in de teamvergaderingen aan de orde komen.

Wij zijn lid van de Nederlandse Montessori Vereniging (NMV). Hierop kunnen wij een beroep doen voor het behartigen van onze belangen.

Wij werken samen met andere basisscholen en een school voor speciaal onderwijs via ons samenwerkingsverband 'Weer samen naar School'. Wij worden ondersteund door systeembegeleiders van de onderwijs begeleidingsdienst. (Eduniek uit Utrecht) We maken gebruik van de kennis, de onderzoeksmogelijkheden en cursussen van deze dienst. Daarnaast worden ook deskundigen van andere gerenommeerde onderwijsinstituten ingehuurd: Hogeschool Utrecht, CPS en APS.

Thema's die aan de orde zijn geweest in de afgelopen jaren:

Ontwikkeling van het kind

Kinderen ontwikkelen zich volgens bepaalde ontwikkelingsfasen. De ontwikkelingsfasen vormen voor ons het uitgangspunt bij de begeleiding. De aanleg, het tempo, de interesse en de thuissituatie van de kinderen variëren onderling. We proberen met de verschillen om te gaan en de kinderen door de geïndividualiseerde werkwijze te bieden wat ze nodig hebben. In eigen tempo en met hun eigen aanleg kunnen ze zich ontwikkelen en de leerkracht begeleidt hen daarbij. De meeste kinderen volgen de gewone ontwikkelingsgang, maar er zijn ook kinderen voor wie de leerroute duidelijk gewijzigd wordt met ander werk: méér, moeilijker of juist gemakkelijker. Alle kinderen worden begeleid en gestimuleerd en we proberen elk kind op het niveau te brengen dat voor hem / haar haalbaar is.
 

Opbrengstgericht volgen

Tijdens de hele basisschoolperiode worden de kinderen gevolgd in hun ontwikkeling. Dat gebeurt o.a. door te observeren en registreren, een wezenlijke activiteit binnen het montessorionderwijs. Als vervolg op de observaties bepaalt de leerkracht welke lesjes aangeboden kunnen worden en op welke manier er anderzijds met het kind verder zal gegaan worden. Voor bepaalde onderdelen van de lesstof of na het afronden van een deel van de leerstof wordt een toets(je) afgenomen om te controleren of de stof ook werkelijk beheerst wordt en of het kind voldoende vooruit gaat.

De rapporten worden met de ouders besproken. Deze verslagen geven informatie over de kwaliteit van het werk, het niveau waarop het kind werkt en de werkhouding. 
 

Cijfers specifieke zorg voor leerlingen

Om te waarborgen dat de kinderen goed gevolgd worden binnen de school, worden meerdere keren per jaar de kinderen doorgesproken met de leerkrachten en interne begeleider. Uit deze groepsbesprekingen worden de kinderen geselecteerd die extra zorg nodig hebben, binnen maar ook buiten de school (bijv. logopedie, fysiotherapie enz.).

In het kader van "Weer Samen Naar School (Plus)" bestaat de mogelijkheid deskundigheid uit het Speciaal Onderwijs in te zetten. Dat kan middels observaties, ambulante begeleiding of onderzoek. Voor een aantal kinderen volgt daarna een handelingsplan.

Echt "zittenblijven" bestaat op een montessorischool niet. Het komt soms wel voor dat een kind een jaar langer of korter over een bouw doet. Dit kind werkt in eigen tempo en op eigen niveau verder. Zoals op alle scholen zijn er ook bij ons kinderen die, ondanks alle begeleiding, meer gebaat zijn bij een school voor Speciaal Onderwijs. Deze kinderen worden na overleg met de ouders besproken in de zorgcommissie en aangemeld bij de Permanente Commissie Leerlingenzorg.

Specifieke cijfers worden in de jaarlijkse bijlage vermeld.
 

Instroom + toelating

We merken duidelijk dat er steeds meer bewust kiezende ouders op onze school komen. Daarnaast streven wij als school er naar om ook voor kinderen die specifieke problemen hebben zoals gehandicapte kinderen, 'kinderen met een rugzakje', een plaats binnen onze organisatie te geven. Ook zijn er vaak 'meer begaafden' die bewust naar onze school komen.

Uit recente onderzoeken blijkt dat de verschillen in resultaten tussen leerlingen voor maximaal 12 procent kunnen worden toegeschreven aan de kwaliteit van het onderwijs. De overige verschillen worden bepaald door factoren die buiten de invloedssfeer van de school liggen.

Voor de toelating geldt een aantal belangrijke aandachtspunten. Over leerlingen die vanuit een andere basisschool worden aangemeld, is altijd overleg met die toeleverende school. Indien uit de informatie van ouders of school blijkt dat er sprake is van een al eerder afgegeven beschikking (bewijs van toelating tot speciaal basisonderwijs) achten wij het van het grootste belang voor het kind hem/haar ook op een SBO school te plaatsen. Op de Meander is in dit geval plaatsing niet mogelijk.

Indien een leerling als neveninstromer uit een niet-Nederlandstalig land aangemeld wordt, dient dit kind in de eerste periode op de opvangschool in Utrecht-Zuilen te verblijven om voldoende taalvaardig in het Nederlands te worden, om het reguliere onderwijs te kunnen volgen. Voor onderinstromers (4 jarigen) kan hierop een uitzondering worden gemaakt.

Met betrekking tot de leerlingen die in aanmerking komen voor de leerlinggebonden financiering worden, na toelating, jaarlijks werkafspraken met ouders gemaakt over de begeleiding. De toelating is afhankelijk van de opnamecapaciteit in het betreffende leerjaar. Deze wordt bepaald door de ervaring en mogelijkheden van de groepsleerkracht, het aantal al aanwezige LGF leerlingen in deze groep of bouw en het totale aantal LGF kinderen in de school. Een maximum van 2 % van het leerlingaantal achten wij reëel. Per groep kan niet meer dan 1 LGF leerling worden geplaatst. Afhankelijk van de zwaarte van de problematiek en de beschikbare deskundigheid kunnen wij plaats bieden aan kinderen met spraak- en taalontwikkelingsstoornissen, dove/ slechthorende kinderen, lichamelijk gehandicapte kinderen en leerlingen met het syndroom van Down.
 

Uitstroom

Zoals bekend, is het voortgezet onderwijs sterk in verandering. Het studiehuis krijgt steeds meer vorm in de basisvorming van het Havo en Vwo. In de 2e fase (bovenbouw v.o.) is een actieve zelfstandige werkhouding vereist.Ook in het Vmbo is deze verandering, met aparte en zelfstandige leerwegen, aan de gang. De vraag wordt veel meer: 'Hoe zullen de kinderen uit het traditionele en klassikale basisonderwijs de aansluiting naar het voortgezet onderwijs kunnen maken?' Volgens ons spreken de cijfers voor zich. De uitslagen en de uiteindelijke ontwikkelingen in de praktijk van de afgelopen schooljaren stemmen ons meer dan tevreden.
 

Schooladvies voortgezet onderwijs

Kinderen gaan naar allerlei verschillende vormen van voortgezet onderwijs. Het is belangrijk dat een kind zich goed kan handhaven en het naar de zin heeft op het vervolgonderwijs. Een school moet passen bij dat specifieke kind.

We willen veel extra's aan "bagage" meegeven. We besteden veel aandacht aan huiswerk, weektaken, beoordelingen, overhoringen en agendagebruik. Er wordt zowel klassikaal, groepsgewijs als individueel gewerkt. In ons systeem zitten al een zeer grote mate van zelfstandigheid, zelfwerkzaamheid en planning. Vanuit het voortgezet onderwijs horen wij regelmatig complimenten over de werkhouding van onze oud-leerlingen.
 

Meerwaarde

Bij de verantwoording van resultaten gaat het altijd om het overleggen van meetbare opbrengsten in cijfers. Graag wijzen wij erop dat lang niet alle resultaten van ons onderwijs direct meetbaar en vergelijkbaar zijn. Zo zijn zelfstandigheid, zelfkennis en eigenschappen zoals wendbaarheid en creativiteit moeilijk in cijfers uit te drukken. Het een en ander zal ook afhangen van de motivatie, werkhouding, de thuissituatie, enz.

Wij hechten grote waarde aan de pedagogische doelstellingen van ons onderwijs. Dit doen we in de overtuiging dat we kinderen voorbereiden op het leven!

De kinderen gaan naar diverse scholen voor voortgezet onderwijs. In de loop van de jaren dat het kind in het voortgezet onderwijs verblijft, worden wij op de hoogte gehouden hoe onze leerlingen zich ontwikkelen en welke beoordelingen ze krijgen. Die zijn prima!
 

Kwalitatief goed onderwijs

Wij vinden dat wij kwaliteit bieden als wij goede resultaten bereiken op het gebied van: onderwijs op maat, het welbevinden van leerlingen, een goed eindresultaat, creatieve en kunstzinnige ontwikkeling, veiligheid, sfeer en geborgenheid van de leerling, een goed zelfbeeld en respect voor medemensen.

De Meander is zich tot een school voor Montessorionderwijs aan het ontwikkelen waarbij sterke punten uit de Montessori werkwijze gecombineerd worden met sterke punten uit het meer traditionele klassikale onderwijs.

Vooral op het gebied van taal en rekenen worden die leerlijnen duidelijk ontwikkeld!

We volgen de individuele leerresultaten van leerlingen en koppelen deze aan de uitgezette leerlijnen. Zo is het mogelijk om leerlingen op eigen niveau te laten werken, zonder dat ongemerkt ongewenste achterstanden ontstaan.
 

Naast het individueel gerichte onderwijs stappen we af en toe over op een groepsaanpak waar vakdidactische inzichten (realistisch rekenen en leerstrategieën) dat vereisen.

Het team is actief bezig geweest met de aanbevelingen van de onderwijsinspectie; dat vertaalde zich o.a. in het invoeren van een nieuwe rekenmethode, het verbeteren van een overzichtelijke zorgstructuur met aandacht voor handelingsplannen en een zorgvuldige dossiervorming. Onderdeel daarvan is ook een evenwichtig CITO-toetspakket t.b.v. het leerlingvolgsysteem. Het gehele systeem van de leerlingzorg heeft een zeer duidelijke structuur gekregen, met heldere afbakening van de verantwoordelijkheden zoals die er zijn voor leerkracht, intern begeleider, remedial teacher en uiteraard de ouders!
Het rekenverbetertraject voeren we uit met de PO-raad. Er zijn 2 rekenspecialisten aangesteld. En er is gekozen voor een model van convergente instructie. De zwakste rekenaars krijgen de uitleg herhaalde malen, terwijl de goede na de eerste korte uitleg zelf aan het werk kunnen. Inmiddels zijn de rekenresultaten duidelijk gestegen!