de rol van de groepsleerkracht        

"De leerkracht moet kinderen hun belangstelling opwekken,
hen  aanmoedigen en de leerstof op grootse wijze aanbieden.
Zij moet een persoonlijkheid en een mens zijn, 
gevoelig en vol belangstelling voor haar leerlingen."
 

Het team

Het team is de motor van de school. Dat stelt, zowel aan individuele teamleden als aan het team als groep, hoge eisen ten aanzien van deskundigheid, samenwerking en inzet. Het team vormt een geheel dat elkaar aanvult, corrigeert en stimuleert.

Heel kenmerkend en opvallend is de rustige werksfeer op school. Dit heeft o.a. te maken met onze organisatie en de manier waarop wij kinderen benaderen.

Alle teamleden hebben dezelfde kerntaak, onderwijs geven vanuit een Montessoriaanse visie, aangevuld met taken die de organisatie in stand houden. Zij delen dezelfde cultuur en dragen die uit richting ouders en kinderen. Alle teamleden voeren taken uit die direct en indirect voortvloeien uit hun onderwijsgevende werkzaamheden.

De individuele deskundigheid/talenten van de teamleden worden gezien als complementair, niet als concurrerend. De taak van de leerkracht is erop gericht dat het kind activiteiten ontplooit. Vanuit deze gedachte, is het inrichten van het lokaal met de daarbij behorende leermiddelen één van de eerste taken van de leerkracht: het is de omgeving die het kind uitnodigt actief aan het werk te gaan. De leerkracht staat klaar om deze activiteiten te begeleiden. Behalve het voorbereiden van de omgeving, is het aanbieden van materialen, leerstof en het stimuleren van het gebruik ervan, van groot belang.

Observatie en het op de juiste wijze aanvoelen van het kind hierbij is een belangrijke taak van de leerkracht.

Om kinderen goed te begeleiden, elk in hun eigen bezigheden, stelt de leerkracht zich bescheiden op en gaat er van uit dat het kind competent is.

Binnen het montessorionderwijs heeft de groepsleerkracht geen dominante rol, maar de leerkracht moet die stimulerende begeleiding geven die het kind voor zijn ontwikkeling nodig heeft. Een montessorileerkracht observeert het kind goed. Hij/zij biedt op de juiste momenten nieuwe leerstof aan en demonstreert het montessorimateriaal, zodat het kind, vanuit het ontwikkelingspunt dat het bereikt heeft, zichzelf weer een stukje verder kan helpen.
De leerkracht is dikwijls te vinden  te midden van de kinderen.
                                                                                                   


Maria Montessori gaf de kinderen veel rechten:
 

'Vrijheid (in gebondenheid)' in de leerstof, die zowel individueel, groepsgewijs als klassikaal wordt aangeboden. De leerling heeft een grote vrijheid om: de volgorde te bepalen waarin zij de onderdelen van hun taak willen verwerken; naslagwerk te raadplegen; hulp in te roepen van leerkracht of medeleerling. Het is niet juist om te denken dat een kind daarmee teveel ruimte zou krijgen: de grenzen zijn bereikt zodra een ander last krijgt of als de continuïteit van de ontwikkeling van het kind zelf in het gedrang komt!

'Zelfwerkzaamheid' De leerling wordt gestimuleerd en geholpen om zelfstandig te werken en zelf oplossingen te vinden bij de zich voordoende problemen. Aan de ontwikkeling van het zelfvertrouwen wordt grote aandacht besteed. Indien nodig wijst de leerkracht het kind de te volgen weg, eventueel door het geven van gerichte opdrachten (dus niet vrijblijvend).

'Differentiatie' Door het aanbrengen van verschil in hoeveelheid en moeilijkheidsgraad van de leerstof, wordt tegemoet gekomen aan het verschil in aanleg en werktempo van de leerling.

Maria Montessori gaat uit van "gevoelige perioden". Niet ieder kind is bijvoorbeeld op hetzelfde moment aan lezen toe. Op een Montessorischool leert het kind lezen als het er aan toe is. Dit kan dus ook al in de kleutergroep zijn.

'Samenwerking' De leerling leert een ander te helpen en hulp te vragen. Het kind leert rekening te houden met anderen. De leerling ervaart dat je door samenwerking meer kunt doen. Binnen dit sociaal gebeuren blijft de leerling verantwoordelijk voor zijn eigen werk, de taken en de omgeving.

Tegenover die rechten staan ook regels en werkafspraken. De kinderen mogen elkaar niet storen. Ze mogen pas aan een nieuw werkje beginnen als het vorige werkje klaar is. De groepsleerkracht ziet er op toe dat het kind een breed aanbod van de leerstof krijgt. Hij/zij observeert en registreert  de ontwikkelingsgang van het kind goed om op het juiste moment nieuwe impulsen te kunnen geven. Elk kind wordt door de groepsleerkracht individueel beoordeeld.

Montessori heeft heel duidelijk naar voren gebracht dat kinderen door eigen activiteit kunnen leren en kennis kunnen verwerven. Hoewel kinderen kunnen leren door zelfwerkzaamheid, is de rol van de leerkracht van niet te onderschatten betekenis.

Houding van de leerkracht

De montessorileerkracht geeft naast individuele lesjes met het montessorimateriaal, natuurlijk ook groepslesjes en lessen aan de hele klas. Hierbij staat het directe instructie model centraal.

Als je als leerkracht een individueel lesje geeft, zit je rechts van het kind. 'Woorden zijn geteld', d.w.z. dat alleen het noodzakelijke gezegd wordt. De handelingen spreken voor zichzelf. De controle van de fout zit meestal in het materiaal. Het kind leert doordat hij iets goed doet. Je gaat uit van een positieve benadering, door vertrouwen te hebben in wat de kinderen (wèl) kunnen.

Het kan gebeuren dat kinderen met bijvoorbeeld rekenen of lezen al heel ver voor zijn. De kinderen krijgen dan ook de mogelijkheid om hiermee verder te gaan met extra materiaal dat in de klas aanwezig is of dat dan uit een hogere groep wordt gehaald.
 

Scholing van leerkrachten

Scholing is de verzamelnaam voor opleiding, nascholing en omscholing met als doel het bevorderen van de kwaliteit van het onderwijs, de arbeid en de organisatie.

In beginsel hebben alle leerkrachten een afgeronde montessori-opleiding of studeren zij daarvoor.

Veel leerkrachten hebben zich daarnaast bekwaamd in bepaalde vak- of vormingsgebieden of hebben zich op een bepaald gebied gespecialiseerd, bijv. midden management, remedial teaching of informatica. Er wordt naar gestreefd prioriteit te verlenen aan die scholings-activiteiten die individuele wensen en algemeen belang verenigen. Diverse leerkrachten maken inmiddels gebruik van de lerarenbeurs, een extra middel om aanvullende post-HBO onderwijsopleidingen te kunnen volgen.

Jaarlijks wordt een nascholingsplan opgesteld.

Nieuwe leerkrachten krijgen een vorm van begeleiding, hetzij door de eigen opleidingsdocent van de Meander, een collega-maatje of van de intern begeleider.,
 

De begeleiding en inzet van stagiaires

De PABO's doen een beroep op de basisscholen om medewerking te verlenen aan de begeleiding van stagiaires. De voorkeur van onze school gaat uit naar PABO's met een montessori-opleiding.

Ook wanneer stagiaires voor langere zelfstandig voor een groep staan tijd blijft de eigen leerkracht eindverantwoordelijk. Een LIO collega (leerkracht in opleiding) vervult in het laatste jaar van de opleiding een afsluitende stage waarbij deze docent ook eindverantwoording draagt.
 

Vervanging bij ziekte

Afwezige teamleden worden, indien mogelijk, vervangen door invalleerkrachten. De school streeft naar een vaste vervangersgroep. Ook proberen wij, indien mogelijk, intern een oplossing te vinden. Op 3dagen per week is er een zg.plusleerkracht aanwezig, die de eerste invalvoor haar rekening kan nemen.
Vanwege een nijpend tekort aan invalkrachten in het basisonderwijs is het helaas steeds moeilijker om over invalleerkrachten te kunnen beschikken. Soms zien we ons genoodzaakt een groep kinderen te verdelen over andere groepen. Om ongewenste en onduidelijke situaties te voorkomen is een vervangingsprotocol opgesteld. De meest vergaande actie daarin is het naar huis zenden van een groep; we hopen dat dat niet nodig zal zijn. Wellicht kent u ook iemand die in voorkomende gevallen kan invallen? Wilt u ons met elkaar in contact brengen?

Gelukkig is tot nu het ziekteverzuim bij ons op school laag, ruim onder het landelijk gemiddelde!

In alle gevallen worden invallers opgevangen door een van de teamleden. De overdracht kan dan direct plaats vinden. In de organisatiemap van elke groep treft de invalleerkracht een katern, Eerste Hulp Bij Invallen, met de eerste groepsgegevens en dagplanning aan.
 

Organisatie

Kinderen hebben een duidelijke structuur nodig. U kunt hierbij denken aan niet te veel wisselingen of teveel verschillende leerkrachten binnen de groep. In de groepen staan hoogstens twee leerkrachten. En natuurlijk ook vakleerkrachten.
 

Meer handen

Om de leerkrachten zich nog beter op hun primaire taak te kunnen laten richten, treft u een aantal onderwijsondersteunende mensen in de school aan: administratieve ondersteuning, klassenassistent, een computerbeheerder en een conciërge bieden meer handen in de school.